In gesprek met trainer John Meijs

Foto: Bram Bakkers (Sluipschutter)

Drunen – John Meijs was als voetballer actief bij diverse verenigingen in de regio de Langstraat. Hij speelde onder meer voor Vlijmense Boys, DESK, RKDVC en WSC. Ook als trainer is hij voor velen in de regio geen onbekende. Meijs was bijvoorbeeld, gesplitst over twee perioden, zeven seizoenen hoofdtrainer bij RKDVC. Eerder was hij trainer bij gerenommeerde verenigingen als OJC Rosmalen, UDI’19 en Blauw-Geel’38. Gedurende het vorige seizoen was Meijs als hoofdtrainer werkzaam bij RKSV Rhode (Sint-Oedenrode, red.), waarmee hij actief was in de 1e klasse.

In maart 2020 scheidden de wegen van Meijs en RKSV Rhode en besloot de trainer om het even wat rustiger aan te gaan doen. Al snel kroop het bloed weer waar het niet gaan kan. Na een verzoek vanuit Irene’58 stapte Meijs in november 2020 alweer in bij een club. Dit keer in een wat meer coachende en ondersteunende rol bij de vereniging uit Den Hout. “Het is leuk om eens in een iets andere rol dan trainer actief te zijn”, zegt hij hierover. “Wat de invulling voor volgend seizoen bij Irene’58 gaat worden is nog onbekend. Voor mij persoonlijk is het in ieder geval de bedoeling om nog een aantal jaar actief te blijven als trainer/coach binnen het voetbal”, zegt Meijs.

Ervaren trainer
Van 2001 tot en met 2010 werkte Meijs bij achtereenvolgens OJC Rosmalen, TOP en UDI’19. Met deze clubs was hij actief in de 1e klasse en de Hoofdklasse, wat op dat moment het hoogste amateurniveau was. Nadien was Meijs vooral aan de slag bij dorpsclubs, welke acteerden in de tweede en derde klasse . Voor Meijs is het niveau of het vertrekpunt eigenlijk van ondergeschikt belang: “Als trainer wil ik de prestaties van het team verbeteren en de ontwikkeling van individuele spelers beïnvloeden, zodat het team tot betere resultaten kan komen. Dat is mogelijk bij elke club en het maakt dan ook niet uit wat het startpunt is.” Volgens Meijs heeft iedere vereniging zijn eigen cultuur, waardoor je nooit altijd op dezelfde manier te werk kan gaan. Het is zaak om deze cultuur zo snel mogelijk te herkennen en je manier van werken hier deels op aan te passen.

Volgens Meijs wordt het trainerschap nog wel eens onderschat: “Ik denk dat je als trainer een heleboel facetten moet beheersen om het goed te kunnen doen. Zeker in de ogen van de immer kritische supporters. Of ik alles goed beheers betwijfel ik, maar ik ben redelijk onderlegd in de technische en tactische aspecten van het voetbal.” Door de meer dan twintig seizoenen als hoofdtrainer heeft de inmiddels in Drunen woonachtige Meijs behoorlijk wat mensenkennis

opgebouwd, die hij gebruikt in de omgang met spelers, begeleiders en supporters. Ook op dit gebied beschikt hij dus over voldoende bagage.

Hoogtepunten
Natuurlijk is zelf voetballen, ook voor Meijs, het allerleukste dat er is. Als trainer kom je zo dicht als mogelijk bij datzelfde gevoel. Meijs: “Als ik terugkijk op de afgelopen 30 tot 35 jaar dan ben ik in de gelukkige omstandigheid geweest dat ik, zowel als speler en als trainer, diverse successen behaald heb bij verschillende verenigingen. Elke keer als dat lukte bracht dat heel veel voldoening en plezier.” Gevraagd naar wat er dan zo mooi is aan het zijn van trainer, vertelt Meijs dat het voor hem vooral in de kleine dingen zit. Het gaat hem niet alleen om de resultaten in wedstrijden, maar ook zeker om de vele momenten op trainingen. Daar werk je immers samen om zaken te verbeteren. “Als je dan na vele malen herhalen de progressie en het besef ziet bij de spelers, dat de dingen beter gaan lopen, dan geeft mij dat heel veel voldoening”, aldus Meijs.

Extra vrije tijd
Voor vrijwel alle spelers en trainers zijn de werkzaamheden op het veld de afgelopen maanden drastisch gedaald. Spelers zijn al een tijd zelfstandig aan het trainen en trainers kunnen hooguit ondersteunen. Zelf volgt Meijs, nu hij wat meer vrije tijd heeft, online diverse Webinars van de VVON en KNVB, zodat hij toch met ‘het vak’ bezig kan blijven.

Volgens Meijs is half mei het vroegste moment dat een elftal getraind klaar zou kunnen zijn voor het spelen van wedstrijden. Dit mede gekeken naar de huidige ontwikkelingen. De competities worden sowieso niet meer hervat, maar wellicht zouden er nog een aantal wedstrijden in een Regio Cup gespeeld kunnen worden. Volgens Meijs heeft het spelen van een Regio Cup zonder publiek weinig toegevoegde waarde. Niet voor de teams, maar ook zeker voor de clubs niet. “Dan is het misschien verstandiger om een goede start na de zomerperiode te maken”, aldus Meijs. Hij mist het voetbal wel. “Natuurlijk mis ik het spelletje maar dat geldt ook voor het contact met de mensen die er allemaal bij betrokken zijn en die je normaal gesproken ontmoet op en rond het sportpark. Hopelijk is het einde van deze lockdown in zicht en kunnen we spoedig weer terug naar hoe het voorheen was.